Algemeen kader
Sinds begin augustus is het opnieuw mogelijk om een regularisatie door te voeren van vermogen dat in het verleden zijn fiscaal regime niet of niet volledig heeft ondergaan. De Programmawet van 18 juli 2025 voerde immers een nieuwe regularisatiewetgeving in (de vijfde al sinds in 2004 de eerste Eenmalige Bevrijdende Aangifte (EBA) werd ingevoerd en in de praktijk daarom “EBAquinquies” genoemd) en de nieuwe aangifteformulieren zijn sinds 8 augustus beschikbaar. Voor deze nieuwe wetgeving werd geen eindpunt bepaald, dus zij blijft bestaan tot de wetgever later ooit zou beslissen om deze op te heffen.
Eindelijk. Sinds de vorige regularisatiewetgeving (de zogenaamde “EBAquater”) op 31 december 2023 een einde had genomen, was het praktisch gezien onmogelijk om nog vrijwillig een regularisatie door te voeren. De idee bij afloop van de EBAquater was dat er een nieuwe regularisatiemogelijkheid zou worden gecreëerd bij de parketten maar de Circulaire die hiertoe in een uniform kader zou moeten voorzien is er nooit gekomen. De belastingplichtigen die na 31 december 2023 vrijwillig tot regularisatie wilden overgaan, konden dit dus gewoonweg niet.
En er zijn nog heel wat dossiers waar een regularisatie zich opdringt. De laatste jaren wordt immers veel meer de focus gelegd op de mogelijkheid dat er een witwasmisdrijf kan gepleegd worden als men handelingen stelt met een vermogen dat deels bestaat uit niet betaalde belastingen. Dit kan ook het geval zijn als deze niet betaalde belastingen al heel lang geleden hadden betaald moeten zijn (en de inbreuken dus fiscaal al lang verjaard zijn) en/of indien het gaat om belastingen die door de rechtsvoorganger (erflater of schenker) hadden betaald moeten zijn. Ook tussenpersonen (zoals banken) kunnen hiermee problemen krijgen. We zien in de praktijk dan ook dat het vooral banken zijn die aandringen op een regularisatie alvorens zij fondsen aanvaarden. Dat er in het verleden reeds een regularisatie heeft plaatsgevonden, zal hierbij dan vaak enkel volstaan als deze regularisatie alle fiscale latenties dekt waarmee het vermogen is behept. Bemerk hierbij dat de meeste regularisaties onder de EBAbis-wetgeving werden doorgevoerd, dewelke afliep in 2013 en waarbij er meestal slechts werd geregulariseerd voor de fiscaal niet-verjaarde periode (in principe 7 jaar). Dergelijke regularisaties dienen de laatste jaren vaak op vraag van de bank te worden aangevuld met een nieuwe regularisatie die ook de oudere fiscale zonden afdekt.
EBAquinquies = EBA quater. Maar duurder…
De nieuwe regularisatiewetgeving is zo goed als identiek aan haar voorganger.
Belangrijkste verschilpunt onder de EBAquinquies is dat de tarieven zijn verhoogd.
Voor fiscaal niet-verjaarde inkomsten dient de ontdoken belasting te worden betaald, verhoogd met een boete van 30%, daar waar deze boete onder de EBAquater nog 25% bedroeg. Voor fiscaal verjaard kapitaal bedraagt de heffing voortaan 45%; onder de vorige wetgeving was dit nog 40%.
Het sterk bekritiseerde principe dat het volledige vermogen waarvan men de regularisatie beoogt aan de voorziene heffingen dient te worden onderworpen, behoudens indien de belastingplichtige (met in beginsel schriftelijk bewijs) aantoont dat het wel degelijk zijn fiscaal regime heeft ondergaan, blijft gewoon bestaan. Deze omkering van de bewijslast zorgt er in de praktijk voor dat zeker waar het gaat om oudere vermogens, het niet zo evident is om grote delen van het vermogen buiten de regularisatieheffing te houden. Al dient het wel te worden gezegd dat het Contactpunt Regularisaties onder de EBAquater en zeker in de laatste jaren dat deze in voege was, vaak haar best deed om dit principe waar mogelijk met een zekere redelijkheid in te vullen. Hopelijk zal dit onder de EBAquinquies niet anders zijn. We gaan er hierbij overigens ook vanuit dat het opnieuw mogelijk zal zijn om voorafgaandelijk aan de indiening van een dossier met het Contactpunt Regularisaties af te toetsen hoe zij een concreet dossier bij indiening zullen behandelen. Aldus kan de belastingplichtige indien gewenst de bewijzen dat er effectief belastingheffing is geweest in het verleden eerst anoniem laten beoordelen door het Contactpunt. Vervolgens kan in functie van hetgeen het Contactpunt hieromtrent oordeelt worden beslist om al dan niet tot indiening van het regularisatiedossier over te gaan.
De op basis van het regeerakkoord De Wever I verwachte gunstigere regularisatiemogelijkheden voor begiftigden en erfgenamen te goeder trouw werden in de finale wet helaas niet opgenomen
Voorlopig enkel federale belastingen
De Programmawet van 18 juli 2025 voorziet enkel in de mogelijkheid om niet betaalde federale belastingen (in de praktijk vooral inkomstenbelastingen en BTW) te regulariseren. De gewesten werken evenwel aan een soortgelijke wetgeving die (naar verwachting tegen het jaareinde) ook moet toelaten om gewestelijke belastingen (in de praktijk vooral successierechten) te regulariseren. Ook zal er nog een samenwerkingsovereenkomst volgen tussen de federale overheid en de gewesten voor gemengde dossiers.
Bemerk evenwel dat het in het Vlaams Gewest op heden nog steeds mogelijk is om een spontane rechtzetting te doen van niet betaalde erfbelasting bij de Vlaamse Belastingdienst. Hierbij wordt uitgegaan van een belasting aan het destijds van toepassing zijnde tarief waarop een boete van 20% wordt toegepast (dus bv. een belasting aan een tarief van 27% leidt tot een totaal te betalen bedrag van 32,4%). Dit is allicht in heel wat dossiers interessanter dat hetgeen de nieuwe Vlaamse regularisatiewetgeving zal voorzien, ook al geeft een spontane rechtzetting bij de Vlaamse Belastingdienst formeel geen strafrechtelijke immuniteit.
Conclusie
Het goede nieuws is dat er eindelijk opnieuw spontaan tot regularisatie kan worden overgegaan. Dat werd dringend tijd en laat toe om heel wat dossiers die al lang in de wachtkamer zitten te deblokkeren.
Het kan evenwel betreurd worden dat de wetgever niet van de gelegenheid gebruik heeft gemaakt om de pijnpunten van de vorige wetgeving te remediëren. We denken hierbij onder meer aan het gegeven dat er voor álle verjaarde belastingen eenzelfde tarief blijft gelden, dat bovendien van 40% naar 45% is gebracht. Dit is zwaar om dragen voor diegenen die bijvoorbeeld destijds louter of in hoofdzaak geen intresten hebben aangegeven (lange tijd slechts belast aan 15%). Maar ook het onverkort en ongewijzigd voortbestaan van de omkering van de bewijslast is erg jammer. Laten we hopen dat het Contactpunt Regularisaties dit principe op een zo redelijk mogelijke manier zal invullen.
Sven Nelis (nelis@deknudtnelis.be)
Guillaume Deknudt (deknudt@deknudtnelis.be)