Een testament is in principe het voortvloeisel van de vrije wil van de erflater, die – om een verscheidenheid aan (goede of minder goede) redenen – zijn nalatenschap op een bepaalde wijze wil verdelen. Soms is deze vrije wil evenwel niet zo vrij als zou moeten zijn. Dit kan bijvoorbeeld zijn omwille van een gebrek aan gezondheid van geest (zoals o.a. bij vergevorderde dementie), maar eveneens omwille van het feit dat er sprake is geweest van erfenisbejaging. Een spraakmakend voorbeeld van dit laatste – waarin dit althans wordt gesuggereerd – kan worden gevonden in de Radio 1-podcastreeks “het fortuin Carlier”.
Maar wat is erfenisbejaging precies? Het Hof van Cassatie definieerde bij arrest van 3 januari 2025 erfenisbejaging als volgt:
“Vermogens- of erfenisbejaging is een vorm van bedrog waarbij de begiftigde of een derde middelen inzet, handelingen stelt of manipulaties verricht met de bedoeling om de vrije wil van de beschikker te beïnvloeden door hem te doen dwalen en hem zodoende aan te zetten tot het doen van een gift die hij anders klaarblijkelijk niet zou hebben gedaan.”
Uit deze passus kunnen volgende belangrijke elementen worden gedistilleerd:
1. Het materiële element wordt ruim omschreven: ‘middelen inzet, handelingen stelt of manipulaties verricht’, door de begiftigde of door een derde.
2. Het moreel element moet bij deze bijzondere verschijningsvorm van bedrog eveneens aanwezig zijn. Er moet sprake zijn van een kwaadwillig handelen, zijnde: ‘met de bedoeling om de vrije wil van de beschikker te beïnvloeden’.
3. Ten slotte moet er ook een causaliteit zijn tussen de uiteindelijke gift en de beïnvloeding: ‘een gift die hij anders klaarblijkelijk niet zou hebben gedaan.’
In de praktijk merken wij vaak dat het sprokkelen van het nodige bewijs over het hoofd wordt gezien. Het zal immers van belang zijn om voldoende bewijzen te kunnen aanleveren van het materiële element – en vaak nog moeilijker – van het morele element.
De boodschap is om bij deze bewijsgaring niet te wachten tot na het overlijden van de erflater, maar reeds op het ogenblik dat de feitelijkheden zich voordoen (bijvoorbeeld het isoleren van de erflater) zoveel mogelijk stavingstukken aan te leggen.
Net het feit dat degene die het bewijs moet leveren vaak wordt weggehouden van de erflater, maakt dit bewijs moeilijk. Al zal ook het bewijs van ‘het worden weggehouden’ van de erflater op zich ook al dienend zijn.
En natuurlijk is niet elke ongelijke vererving of zelfs onterving het bewijs van erfenisbejaging. Handelen uit oprechte genegenheid met een bevoordeling tot gevolg, vormt dan ook geen probleem.
Het is dus belangrijk om elk dossier grondig te analyseren alvorens een erfenisprocedure wordt opgestart.
En tot slot nog dit. Indien u reeds bij leven merkt dat er misbruik wordt gemaakt van de zwakheid van de toekomstige erflater, zal het eveneens aangewezen zijn desgevallend reeds preventief maatregelen trachten te nemen.
Maarten Lefever (lefever@deknudtnelis.be)
Guillaume Deknudt (deknudt@deknudtnelis.be)